H.323

Lifesize-systemen ondersteunen standaard het H.323-protocol voor het plaatsen en ontvangen van beeld- en spraakoproepen. Configureer H.323-voorkeuren in Voorkeuren > H.323.

OPMERKING: Als uw Lifesize Icon door UVC ClearSea wordt beheerd of als uw Icon met de Lifesize cloud-dienst is verbonden, dan is H.323 uitgeschakeld.

Voorkeur Beschrijving Standaardwaarde
H.323 gebruiken Wanneer H.323 is ingeschakeld kunt u een H.323-naam of -extensie opgeven om te gebruiken bij het plaatsen van een oproep. Aan de hand van de H.323-naam en -extensie kan de gatekeeper het apparaat identificeren. Elk geregistreerd apparaat kan met deze naam en extensie een ander apparaat opbellen. Ingeschakeld
Naam Optionele waarde die gebruikt wordt als er een gatekeeper is geconfigureerd die het systeem vraagt om zich met een H.323-ID te registreren. Als de administrator van de gatekeeper een H.323-ID aan het systeem heeft toegewezen, gebruik die ID dan als de naam. Als UVC Transit als de H.460-server fungeert, geef dan de gebruikersnaam op die het apparaat op UVC Transit heeft gekregen. Willekeurig door het systeem gegenereerd nummer
Extensie Optionele waarde die gebruikt wordt als er een gatekeeper is geconfigureerd die het systeem vraagt om zich met een E.164-nummer of extensie te registreren. Als de administrator van de gatekeeper een E.164-nummer of extensie aan het systeem heeft toegewezen, voer dat nummer dan in als de extensie. Als UVC Transit als de H.460-server fungeert, geef dan de extensie op die voor het apparaat op UVC Transit werd ingesteld. Willekeurig door het systeem gegenereerd nummer (dezelfde waarde als hierboven)
Gatekeeper-modus Hiermee kunt u een gatekeeper kiezen. Kies een van de volgende opties:
  • Instellen op Auto om automatisch een gatekeeper te vinden.
  • Instellen op Handmatig of Handmatige H.460 om het IP-adres en de poort voor de primaire gatekeeper op te geven. De gatekeeper-poort is standaard ingesteld op de industriële standaard, 1719.

Om H.460-ondersteuning in te kunnen schakelen moet er een H.460-server in uw omgeving geconfigureerd zijn. Als H.460-ondersteuning is ingeschakeld, negeert het systeem de instellingen in Voorkeuren > Netwerk > Statische NAT.

Uit
Gatekeeper-ID Deze wordt alleen ingesteld wanneer de gatekeeper hierom vraagt, bijv. voor configuraties met meerdere gatekeepers. De waarde voor de Gatekeeper-ID moet overeenkomen met de verificatienaam die er voor de gatekeeper is ingesteld waarop het systeem wordt geregistreerd. Configureer deze voorkeur niet als de gatekeeper hier niet om vraagt, aangezien het systeem op deze wijze mogelijk niet door de gatekeeper geregistreerd wordt. Geen standaard
Gatekeeper-adres Adres van de primaire gatekeeper. Als UVC Transit als de H.460-server fungeert, geef dan het IP-adres op van de signalerende server van UVC Transit. Geen standaard
Gatekeeper-poort Poort voor de primaire gatekeeper. 1719
Gatekeeper-verificatie Hiermee kunt een gebruikersnaam en wachtwoord voor H.235-verificatie instellen. Lees meer over H.323-beveiliging. Uitgeschakeld

U kunt ondersteuning voor H.323-oproepen uitschakelen door H.323 gebruiken in Voorkeuren > H.323 > Algemeen uit te schakelen wanneer het systeem niet in gesprek is.

Als u uw wijzigingen opslaat, verschijnt de gele gezondheidsindicator  wanneer uw Lifesize-systeem zich probeert te registreren bij de gatekeeper. Als de registratie mislukt, verschijnt de rode indicator . Selecteer > voor meer informatie over het probleem.

Het systeem meldt de registratiestatus in > en de geconfigureerde systeemwaarden verschijnen in .